skal biocontrole.svg
layer_green.svg
Onderwerpen
LandbouwImportVerwerkenOpslagHandelVerkooppuntenAquacultuur
Toezicht
MonsternameAanvullend toezichtMelding bij twijfelToezichtarrangementenCertificatieplicht
Over biologisch
Zoek biologische bedrijvenActieplan biologischBiologische sectorGeregistreerde webshopsGeregistreerde verkooppuntenWetgeving
Over ons
BestuurGeschiedenisTarievenAdviesraadAccreditatiePrivacyverklaringGedragscodeToegankelijkheidsverklaringPublicaties
Contact
Werken bij Skal
Mijn Skal
  • Over Skal

    Over onsWerken bijContact
  • Over deze site

    HomeToegankelijkheidPrivacyCopyright
  • Kies uw rol

    Voor ondernemersVoor consumentenVoor ketenpartners
  1. Onderwerpen
  2. Landbouw
  3. Schapen en geiten
  4. Diervoeder schapen en geiten

Diervoeder schapen en geiten

Op deze pagina leest u welke voorwaarden gelden voor diervoeder bij biologisch gehouden schapen en geiten.

Voorwaarden voor rantsoen schapen en geiten

U voert uw dieren biologisch voer. Minimaal 70% van het biologische voer komt van het eigen bedrijf of uit de EU.


  • Voer van percelen die langer dan 12 maanden in omschakeling zijn, mag u voeren aan biologische dieren. Denkt u hierbij om de volgende eisen:

    • Het rantsoen mag voor 100% uit omschakelingsvoer bestaan als al het voer van uw eigen bedrijf komt.

    • Het rantsoen mag voor maximaal 25% uit omschakelingsvoer bestaan als u voer aankoopt van percelen in het tweede omschakeljaar. Als u krachtvoer aankoopt waarin ‘in omschakelingsvoer’ is verwerkt, telt dat ook mee.

  • Percelen die minder dan 12 maanden in omschakeling zijn, mag u gebruiken om biologisch gehouden schapen en geiten te laten grazen. U mag het voer ook oogsten. Daarvoor gelden voorwaarden:

    • U mag de oogst alleen gebruiken voor het voeren van uw eigen dieren.

    • Maximaal 20% van het totale rantsoen mag uit dit eigen eerstejaars omschakelingsvoer bestaan.

    • U teelt op deze percelen in het eerste jaar van omschakeling:

      • Overblijvende gewassen zoals gras en luzerne;

      • Eiwithoudende gewassen zoals erwten, tuinbonen, veldbonen, kapucijners, schokkers en lupinen.

    Voor de duidelijkheid: de regeling geldt dus niet voor mais. Als u op een perceel in het eerste jaar van omschakeling maïs teelt, mag u dat niet voeren aan uw biologisch gehouden dieren.

    Juridische grondslag

    Zie ook verordening (EU) 2018/848, Bijlage II, deel II, punt 1.2.1 en punt 1.4.3.1. b)

  • Het voer van uw dieren bestaat voor minimaal 60 % uit ruwvoer. Ruwvoer is een voedermiddel met een structuurwaarde ≥ 0,4 en een deeltjesgrootte (vezellengte) ≥ 0,8 cm. Kan vers of gedroogd zijn. Gedroogd ruwvoer heeft een drogestofgehalte ≥ 80%.

  • U mag bij het inkuilen toevoegingen en hulpstoffen gebruiken. De toegestane middelen staan in bijlage III, deel B onder 1e van Verordening 2021/1165.
    Gebruikt u producten van agrarische afkomst zoals melasse, wei, suiker, suikerbietenpulp en meel van granen, dan zijn deze biologisch.

  • De zoogperiode voor lammeren is minimaal 45 dagen. In deze periode krijgen de jonge dieren bij voorkeur moedermelk. Als dit niet kan, mag u biologische melkpoeder geven. Natuurlijke biest mag alleen biologisch zijn.

    • Diervoeders zijn GMO-vrij geproduceerd

    • Diervoeders bevatten geen antibiotica, medicijnen en groeibevorderaars

    • Melkpoeder bevat geen chemisch gesynthetiseerde of plantaardige ingrediënten

    • De niet-biologische ingrediënten, toevoegingsmiddelen en hulpstoffen staan op Bijlage III van de EU-Verordening Nr. 2021/1165.