huisvesting
huisvesting

Huisvesting en uitloop

Uw stallen en uitlopen richt u zo in dat de dieren zich op een zo natuurlijk mogelijke manier kunnen gedragen. De dieren moeten altijd naar buiten kunnen, tenzij dit niet kan door weers-, bodem- of gezondheidsomstandigheden. Verdrassing van de uitlopen moet u voorkomen. Uitlopen moeten voldoende beschutting bieden.

Voor de stallen gelden de volgende algemene eisen:
U zorgt ervoor dat de vloeren vlak zijn, maar niet glad.
U zorgt ervoor dat er in de stallen voldoende daglicht binnen komt.
U zorgt voor natuurlijke ventilatie in uw stallen.
U zorgt dat 33% van het vloeroppervlak dicht is.
De dichte vloer van pluimveestallen strooit u voldoende in.
U mag eventueel gangbaar strooisel gebruiken. Als u ook stro gebruikt als ruwvoer, moet al het stro biologisch zijn.
U mag het daglicht tot max. 16 uur per dag aanvullen met kunstlicht.

Reiniging stal
U maakt de stallen en installaties schoon met water, stoom of reinigingsmiddelen die zijn toegestaan volgens bijlage VII van Verordening 889/2008. Naast de vereisten van bijlage VII moet er ook voldaan worden aan de toelatingseisen voor biociden, zodra het om middelen tegen insecten/parasieten gaat. Deze middelen moeten een Ctgb registratie hebben voor toelating in Nederland en aantoonbaar zijn samengesteld uit producten die op Bijlage II staan van Verordening 889/2008.
Middelen tegen ratten en muizen (rodenticiden) mogen gebruikt worden in en rond gebouwen. Voor gebruik in stallen geldt dat deze middelen alleen in vallen gebruikt mogen worden. Het middel wat u gebruikt moet een registratie voor toelating in Nederland hebben.

De binnenruimtes voor leghennen moeten aan de volgende normen voldoen:
Maximaal 6 leghennen per m2.
Minimaal 18 cm. zitstok per leghen, de zitstok moet min. 30 x 30 mm dik zijn. Geïntegreerde zitstokken moeten minimaal 3 cm. verhoogd zijn.
50% van de totale minimum zitstoklengte moet extra verhoogd zijn, namelijk:

  • minimaal 40 cm vrije ruimte onder de zitstok
  • minimaal 30 cm ruimte tussen de zitstokken
  • minimaal 40 cm vrije ruimte tot het plafond

U mag A-ruiters plaatsen boven de roosters.
Maximaal 7 leghennen per legnest of 120 cm2 per leghen in een gemeenschappelijk legnest.
De lengte van de uitloopopeningen naar de buitenuitloop moet minimaal 4 meter per 100 m2 beschikbare leefruimte zijn.
Per afdeling mag u maximaal 3.000 hennen huisvesten.
U mag het leefoppervlakte vergroten door etages te plaatsen.
Als u een wintergarten heeft, mag u de oppervlakte alleen meetellen als de wintergarten altijd toegankelijk is.

De binnenruimtes voor opfokhennen moeten aan de volgende normen voldoen:
De minimale oppervlakte (per leeftijd) voor opfokhennen is:

0 tot 7 weken

24 opfokhennen per m2

7 tot en met 18 weken

10 opfokhennen per m2

Vanaf 19 weken
  (127e dag)

6 opfokhennen per m2

Verhoogde zitstokken van 6 cm. lang per dier vanaf 7 weken.
Vanaf 56 dagen moet u de opfokhennen toegang tot de uitloop geven.
De uitloopopeningen moeten breed en hoog genoeg zijn, zodat de opfokhennen snel naar binnen of buiten kunnen gaan.
Er geldt geen maximaal aantal voor opfokhennen per stal.

De binnenruimtes voor vleespluimvee (vleeskuikens, parelhoenders, eenden, kalkoenen en ganzen) moeten aan de volgende normen voldoen:
Maximaal 10 stuks vleespluimvee per m2 (met een maximum van 21 kg levend gewicht per m2 ).
Minimaal 20 cm zitstok per parelhoender.
De lengte van de uitloopopeningen naar de buitenuitloop moet minimaal 4 meter per 100 m2 beschikbare leefruimte zijn.
Per stal mag u maximaal 4.800 vleeskippen, 5.200 parelhoenders, 4.000 vrouwelijke eenden of 3.200 mannelijke eenden, 2.500 kapoenen, ganzen of kalkoenen huisvesten.
De stalruimte voor vleespluimvee mag niet groter zijn dan 1.600 m2 . Dit betekent dat u bijvoorbeeld maximaal 16.000 vleeskuikens mag houden (10 vleeskuikens per m2 ) op één bedrijf. U moet deze 16.000 vleeskuikens verdelen over 4 afdelingen (max. 4.800 vleeskuikens per afdeling).

In een mobiele pluimveestal:
Maximaal 16 stuks vleespluimvee per m2 (met een maximum van 30 kg levend gewicht per m2 ).
De maximale vloeroppervlakte van een mobiele pluimveestal is 150 m2 .

Uitloop
U bent verplicht uw pluimvee biologische uitloop te geven. Pluimvee moet gedurende tenminste één derde van haar leven, toegang hebben tot de uitloop. Interpretatie:Ten minste één derde van het leven is ten minste acht uur per dag.

De uitlopen moeten voldoen aan de volgende eisen:
De uitloop moet begroeid zijn en schuilmogelijkheden bieden, waardoor het pluimvee de hele uitloop gebruikt.
Per dier is een minimale oppervlakte verplicht.

Het is toegestaan om zonnepanelen in een biologische uitloop te plaatsen, mits deze de kippen niet belemmeren om de uitloop te gebruiken. De kippen moeten van de hele uitloop gebruik kunnen maken.

U mag gebruik maken van wisseluitlopen. Dit betekent dat u:
de uitloop per afdeling in gelijke delen in de lengte mag opsplitsen, zodat de begroeiing kan herstellen.
u het pluimvee tijdens de ronde elke wisseluitloop even lange perioden laat gebruiken.

Voor de uitlopen gelden de volgende minimale oppervlaktes:

Leghennen, vleeskuikens en parelhoenders

4 m2 per dier

Opfokhennen

1 m2 per dier

Eenden

4.5 m2 per dier

Kalkoenen

10 m2 per dier

Ganzen

15 m2 per dier

Uitloop bij een mobiele pluimveestal met een maximale vloeroppervlakte van 150 m2:
Vleespluimvee: 2,5 m2 per dier.

Na het houden van een koppel dieren moet de uitloop een periode leegstaan. Voor legkippen is deze periode 60 dagen voor vleeskuikens is deze periode 30 dagen.

Wanneer mag u uw pluimvee binnenhouden?

Dagelijkse uitloop is verplicht voor biologisch pluimvee. Maar onder bijzondere omstandigheden mag u ze binnenhouden. U moet hiervoor altijd schriftelijke toestemming van Skal aanvragen.

Hieronder geven wij u enkele voorbeelden van bijzondere omstandigheden waarbij u het pluimvee binnen mag houden:

  • Bij extreme weersomstandigheden: u moet de inspecteur kunnen overtuigen dat u terecht een beroep doet op extreme weersomstandigheden. U mag het pluimvee niet binnenhouden om hoger voerverbruik te voorkomen.
  • Bij ziekte in uw koppel: u moet kunnen aantonen dat uw dieren ziek zijn. U overlegt dit met ons. Wij accepteren een verklaring van de Gezondheidsdienst voor Dieren.
  • Dreiging van besmettelijke dierziekte in uw regio: alleen een op Europees niveau opgelegde ophokplicht geldt als wettelijke basis om uw pluimvee binnen te houden. Maar als bijvoorbeeld een ophokplicht geldt op nationaal niveau, dan zijn wij heel terughoudend in het uitvoeren van inspecties in de aangewezen risicogebieden.

Hoe controleren wij u?

Wij controleren tijdens de jaarlijkse inspectie of u uw pluimvee uitloop geeft. Bovendien voeren wij onaangekondigde inspecties uit. Hierbij kijkt de inspecteur ook naar de beschikbaarheid en het gebruik van de uitloop.