Mobile menu trigger

Regelgeving biologische meststoffen en voorwaarden

Biologisch produceren betekent dat u de kringloop zo veel mogelijk sluit. Het is daarom belangrijk dat u mest gebruikt van biologisch gecertificeerde dieren.

In Nederland hebben we meststoffen opgedeeld in drie categorieën: A, B en C. In welke categorie een meststof valt, leest u verderop op deze pagina. Voor de meststoffen in de verschillende categorieën gelden de volgende regels:

  • Alleen A en B-meststoffen zijn toegestaan.
  • Minstens 70% van de stikstof die u geeft, komt uit A-meststoffen.
  • C-meststoffen zijn de meststoffen die niet in categorie A en B vallen. Deze C-meststoffen mag u niet gebruiken. Meststoffen in deze categorie zijn:
    • Mestsoorten waarvan voldoende biologische mest beschikbaar is, zoals pluimveemest.
    • Kippenmestkorrels.
    • Gangbare champost.

Een biologisch landbouwbedrijf gebruikt het liefst A-meststoffen.


Welke meststoffen zijn A-meststoffen?

De volgende meststoffen zijn A-meststoffen:

  • Mest van biologisch gecertificeerde dieren.
    Let op: in de periode dat uw dieren in omschakeling zijn, is de mest alleen A-meststof als u het op uw eigen bedrijf gebruikt. Als u naast deze eigen mest nog mest aanvoert, moet dat biologische mest zijn.
  • Compost van biologisch plantaardig materiaal.
  • Groencompost van bermmaaisel en snoeiafval.
  • Biologische plantaardige producten en bijproducten, bedoeld voor bemesting. Bijvoorbeeld luzernekorrels, biologische raapzaadschilfers of biologische vinasse, afkomstig van een biologisch gecertificeerd bedrijf.
  • Pluimveemestkorrels, als biologisch geleverd, die rechtstreeks van een biologisch gecertificeerd pluimveebedrijf komen. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
    • De biologische pluimveemest is bij een verwerker gescheiden verwerkt tot korrel. Daardoor is er geen kans op vermenging.
    • Het pluimveebedrijf heeft een overeenkomst met de mestverwerker.
    • In de administratie van het pluimveebedrijf staat hoeveel pluimveemest aan de verwerker is geleverd en hoeveel korrels zijn ontvangen.
    • In de administratie van het pluimveebedrijf staat hoeveel korrels zijn geleverd aan de afnemers.
  • Champost, als biologisch geleverd, dat rechtstreeks afkomstig is van een biologisch gecertificeerd paddenstoelenbedrijf. Het stikstofgehalte is 7 kg per ton (3,5 kg uit mest en 3,5 kg uit overige bestanddelen.
  • Digestaat, maar daarvoor gelden voorwaarden.
    Digestaat bestaat meestal voor 50% uit dierlijke mest en 50% uit co-producten (plantaardige producten). Als de dierlijke mest alleen van biologisch gecertificeerde dieren komt en de co-producten zijn toegestaan volgens bijlage II van verordening (EU) 2021/1165, dan mag het digestaat voor 50% meetellen als A-meststof. Zijn de co-producten ook (deels) aantoonbaar biologisch? Dan mag u het biologische deel van de co-producten ook meetellen als A-meststof.

In sommige speciale gevallen kunt u ontheffing aanvragen voor het percentage A-meststoffen. U kunt deze ontheffing aanvragen via Mijn.Skal.nl. U kunt hier inloggen

Hulpmiddel A-meststoffen berekenen

We hebben een hulpmiddel gemaakt om te berekenen of u voldoet aan het percentage A-meststoffen. U kunt hier klikken om het hulpmiddel te openen.

Welke meststoffen zijn B-meststoffen?

De volgende meststoffen zijn B-meststoffen:

  • Gangbare mest van rundvee, geiten, schapen en paarden. Voorwaarde is dat de dieren weidegang of uitloop hebben, of een deels dichte vloer. Ook mest van vleeskalveren en vaste mest van scharrelvarkens zijn alleen onder deze voorwaarden toegestaan.
  • Stikstofmeststoffen die zijn opgenomen op de Skal inputlijst.

Stikstof uit dierlijke mest: 170 kg per hectare per jaar

U mag niet meer dan 170 kg stikstof per hectare per jaar aan dierlijke mest gebruiken. Als uw dieren meer produceren dan 170 kg per hectare per jaar, dan heeft u een overschot. Dit overschot moet u uitrijden op biologische percelen van een ander bedrijf. U moet in uw administratie bewijzen dat de mest is uitgereden op biologische percelen.

Hoeveel stikstof uw dieren per jaar produceren, kunt u berekenen. Daarvoor heeft u de excretieforfaits nodig. Die kunt u hier bekijken.

Regels rond mestaanvoer en mestafvoer

U mag biologische mest van uw bedrijf afvoeren. U mag ook biologische mest van uw bedrijf afvoeren en andere biologische mest op uw bedrijf aanvoeren. Maar u mag niet biologische mest afvoeren en gangbare mest aanvoeren.
Gangbare mest aanvoeren op uw bedrijf mag alleen als:

  • Uw eigen dieren niet genoeg mest produceren om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden.
  • U geen biologische mest van uw bedrijf afvoert.
  • Uw veestapel minder dan 170 kg stikstof per hectare per jaar produceert.
  • U voldoet aan de eis om minimaal 70% van de stikstofbehoefte te geven met A-meststoffen.

Hoe tellen natuurgronden mee?

Beheert u natuurgronden waar u minder stikstof mag gebruiken? Dan mag u deze natuurgronden niet volledig meerekenen in het bepalen van de stikstofruimte op uw bedrijf.

Mestopslag bij een intermediair

Biologische mest mag u aanvoeren van een door Skal goedgekeurde mestintermediair. De mestintermediair moet dan geregistreerd zijn bij Skal. Ook moet de mestintermediair een geldige verklaring van Skal hebben ontvangen. In deze verklaring staat dat de mestintermediair voldoet aan de voorwaarden.

Als u biologische mest aanvoert via een mestintermediair, dan moet u de volgende formulieren bewaren:

  • Kopie ‘Verklaring dienstverlenende intermediair’
  • Vervoersdocument: VDM of CMR
  • Verklaring herkomst dierlijke mest. Deze verklaring kunt u hier downloaden.

Wilt u biologische mest aan- of afvoeren?

Bent u op zoek naar biologische mest? Of zoekt u een afnemer voor uw overschot aan biologische mest? Neem dan eens een kijkje in de Biobank van Bionext. Hier komen vraag en aanbod samen.

De verordeningen rond biologische meststoffen

In de biologische regelgeving is vastgelegd welke meststoffen u mag gebruiken. Dat staat in de volgende artikelen:

  1. Artikel 5 g) van verordening 2018/848: Dit artikel beperkt het gebruik van minerale meststoffen tot meststoffen met een lage oplosbaarheid.
  2. Artikel 24.b van de verordening 2018/848.
  3. Bijlage II van verordening 2021/1165: Een lijst met toegestane meststoffen, nutriënten en bodemverbeteringsmiddelen, waaronder: “Producten en bijproducten van plantaardige oorsprong voor bemesting”.
  4. Punt 1.9.2 van verordening 2018/848, Bijlage II, deel I: Dit artikel benadrukt het gebruik van dierlijke mest en compost van biologisch gecertificeerde bedrijven.
Bezoekadres
Skal Biocontrole
Dr. Klinkertweg 28a
8025 BS Zwolle
Postadres
Skal Biocontrole
Postbus 384
8000 AJ Zwolle