Weidegang en uitloop
Huisvestingseisen en weidegang/uitloop
Uw stallen, weides en uitlopen richt u zo in dat de dieren zich op een zo natuurlijk mogelijke manier kunnen gedragen. De dieren moeten altijd naar buiten kunnen, tenzij dit niet kan door weers-, bodem- en gezondheidsomstandigheden. Overbegrazing en verdrassing van de weidegronden moet u voorkomen. Uitlopen moeten voldoende beschutting bieden.
Niet-biologische dieren beweiden op biologische weidegrond
Het is toegestaan om voor een periode niet-biologische dieren te laten grazen op biologische weidegrond. Dit mag maximaal 7 maanden op hetzelfde perceel. De niet-biologische dieren mogen niet op hetzelfde moment als biologische dieren op de biologische grond aanwezig zijn.
Mest
De mest van niet-biologische dieren telt mee als A-meststof voor de periode van het jaar dat de dieren geweid worden op biologische percelen. De stalmest van deze niet-biologische dieren telt mee als B-meststof.
Beweidingsplan
U heeft in een duidelijk beweidingsplan vastgelegd:
welke niet-biologische dieren en …
… hoeveel niet-biologische dieren
gedurende welke periode
op welk perceel hebben gelopen.