Diervoeder rundvee
Op deze pagina leest u welke voorwaarden gelden voor diervoeder bij biologisch rundvee.
Voorwaarden voor rantsoen rundvee
Het rantsoen wordt berekend op droge stof en op jaarbasis. U voert uw dieren biologisch voer. Minimaal 70% van het biologische voer komt van het eigen bedrijf of uit de EU.
Voer van percelen die langer dan 12 maanden in omschakeling zijn, mag u voeren aan biologische dieren. Denkt u hierbij om de volgende eisen:
Het rantsoen mag voor 100% uit omschakelingsvoer bestaan als al het voer van uw eigen bedrijf komt.
Het rantsoen mag voor maximaal 25% uit omschakelingsvoer bestaan als u voer aankoopt van percelen in het tweede omschakeljaar. Als u krachtvoer aankoopt waarin ‘in omschakelingsvoer’ is verwerkt, telt dat ook mee. De overige 75% is biologisch.
Percelen die minder dan 12 maanden in omschakeling zijn, mag u gebruiken om biologisch gehouden rundvee te laten grazen. U mag het voer ook oogsten. Daarvoor gelden voorwaarden:
U mag de oogst alleen gebruiken voor het voeren van uw eigen dieren
Maximaal 20% van het totale rantsoen mag uit dit eigen eerstejaars omschakelingsvoer bestaan.
U teelt op deze percelen in het eerste jaar van omschakeling:
Overblijvende gewassen zoals gras en luzerne;
Eiwithoudende gewassen zoals erwten, tuinbonen, veldbonen, kapucijners, schokkers en lupinen.
Voor de duidelijkheid: de regeling geldt dus niet voor mais. Als u op een perceel in het eerste jaar van omschakeling maïs teelt, mag u dat niet voeren aan uw biologisch gehouden dieren.
Juridische grondslagZie ook verordening (EU) 2018/848, Bijlage II, deel II, punt 1.2.1 en punt 1.4.3.1. b
Het voer van uw dieren bestaat voor minimaal 60 % uit ruwvoer. Ruwvoer is een voedermiddel met een structuurwaarde ≥ 0,4 en een deeltjesgrootte (vezellengte) ≥ 0,8 cm. Kan vers of gedroogd zijn. Gedroogd ruwvoer heeft een drogestofgehalte ≥ 80%.
U mag bij het inkuilen toevoegingen en hulpstoffen gebruiken. De toegestane middelen staan in bijlage III, deel B onder 1e van Verordening 2021/1165.
Gebruikt u producten van agrarische afkomst zoals melasse, wei, suiker, suikerbietenpulp en meel van granen, dan zijn deze biologisch.
De periode dat kalveren worden gevoerd met (moeder) melk is minimaal 90 dagen. Wanneer geen moedermelk kan worden gegeven dan, mag u biologische melkpoeder geven. Natuurlijke biest mag alleen biologisch zijn.
Diervoeders zijn GMO-vrij geproduceerd
Diervoeders bevatten geen antibiotica, medicijnen en groeibevorderaars
Melkpoeder bevat geen chemisch gesynthetiseerde of plantaardige ingrediënten
De niet-biologische ingrediënten, toevoegingsmiddelen en hulpstoffen staan op Bijlage III van de EU-Verordening Nr. 2021/1165.