Uitloop biologisch pluimvee
Biologisch pluimvee heeft dagelijks toegang tot een uitloop in de open lucht. De uitloop voldoet aan vaste eisen voor oppervlakte, inrichting, afstand en gebruik. Ook zijn er regels voor rustperiodes en uitzonderingen. Deze eisen volgen uit Verordening (EU) 2018/848.
Algemene eisen biologische uitlopen
Biologisch gehouden pluimvee heeft een uitloop. De omschakeltermijn van de uitloop is 1 jaar
Pluimvee heeft tenminste één derde van het leven – oftewel ten minste acht uur per dag – toegang tot de uitloop
De uitloop is grotendeels begroeid.
Er is voldoende en gevarieerde begroeiing en voldoende schuilmogelijkheden, gelijkmatig verdeeld over de uitloop, waardoor het pluimvee de hele uitloop gebruikt.
De verste uithoek van de uitloop is niet verder dan 150 meter verwijderd van de dichtstbijzijnde uitloopopening. Als er minimaal 4 schuilmogelijkheden per hectare beschikbaar zijn, mag deze afstand opgerekt worden tot maximaal 350 meter. De schuilmogelijkheden moeten geschikt zijn om te schuilen voor extreme weersomstandigheden en roofdieren.
De minimale oppervlaktes per dier voor de meest voorkomende pluimveehouderijen zijn:
Minimum oppervlakte uitloop - pluimvee
Leghennen, vleeskuikens en parelhoenders | 4 m2 per dier |
Opfokhennen en leghanen | 1 m2 per dier |
Vleeskuikens in mobiele stallen | 2,5 m2 per dier |
Eenden | 4,5 m2 per dier |
Kalkoenen | 10 m2 per dier |
Ganzen | 15 m2 per dier |
Veranda's (=wintergartens) tellen niet mee als uitloop en ook niet als binnenruimte.
Na het houden van een koppel dieren (leghennen of vleeskuikens) staat de uitloop 30 dagen leeg.
Wisseluitlopen zijn alleen toegestaan als per wisseluitloop de minimale oppervlakte per dier beschikbaar is. Voor leghennen is altijd minimaal 4m2 per dier beschikbaar
Zonnepanelen zijn toegestaan, mits deze de dieren niet belemmeren om de uitloop te gebruiken. De dieren moeten van de hele uitloop gebruik kunnen maken. Het primaire doel van de uitloop is altijd de functie als openluchtruimte voor het pluimvee. Ander gebruik – zoals een enkele keer maaien- is toegestaan, maar is altijd ondergeschikt aan de functie als uitloop’
Wanneer mag ik mijn pluimvee binnen houden?
Dagelijkse uitloop is verplicht voor biologisch pluimvee, te beginnen op een zo jong mogelijke leeftijd. Onderstaande voorbeelden beschrijven situaties waarbij het nodig kan zijn om dieren binnen te houden. Ook worden voorbeelden gegeven van passende bewijslast. De hieronder genoemde voorbeelden zijn voorbeelden. Er kunnen in de praktijk andere situaties zijn waarbij het pluimvee binnen wordt gehouden.
Hoe gebeurt de controle van de uitloop?
Wij controleren tijdens de jaarlijkse inspectie of u uw pluimvee uitloop geeft. Bovendien voeren wij onaangekondigde inspecties uit. Hierbij kijkt de Skal-inspecteur ook naar de beschikbaarheid en het gebruik van de uitloop.
Niet-biologische dieren beweiden op biologische weidegrond
Het is toegestaan om voor een periode niet-biologische dieren te laten grazen op biologische weidegrond. Dit mag maximaal 7 maanden op hetzelfde perceel. De niet-biologische dieren mogen niet op hetzelfde moment als biologische dieren op de biologische grond aanwezig zijn.