Diervoeder pluimvee
Als u biologisch pluimvee houdt, dan voert u uw dieren biologisch diervoeder. Dit diervoeder voldoet aan de eisen uit de Europese biologische wetgeving, waaronder Verordening (EU) 2018/848 en Verordening (EU) 2021/1165. Hieronder leest u welke eisen gelden.
Voer van percelen in het tweede jaar van omschakeling
U voert uw dieren biologisch voer. Biologisch voer voor pluimvee voldoet aan de volgende eisen:
Minimaal 30% van het biologische voer komt van het eigen bedrijf of uit de EU.
5% van voer voor dieren mag onder voorwaarden bestaan uit gangbare ingrediënten. Voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in Bijlage III van Vo 2021/1165. Gangbare ingrediënten zijn een aanvulling op het eiwit in het diervoer. Dezelfde ingrediënten zijn niet biologisch beschikbaar en bij de productie mogen geen chemische oplosmiddelen zijn gebruikt.
De dieren krijgen elke dag ruwvoer. Ruwvoer is een voedermiddel met een structuurwaarde ≥ 0,4 en een deeltjesgrootte (vezellengte) ≥ 0,8 cm. Kan vers of gedroogd zijn. Gedroogd ruwvoer heeft een drogestofgehalte ≥ 80%.
Voert u producten van agrarische afkomst zoals meel van granen, dan zijn deze biologisch.
Voer van percelen in omschakeling
Voer van percelen die langer dan 12 maanden in omschakeling zijn, mag u voeren aan biologisch pluimvee. Denkt u hierbij om de volgende eisen:
Het rantsoen mag voor 100% uit omschakelingsvoer bestaan als al het voer van uw eigen bedrijf komt.
Het rantsoen mag voor maximaal 25% uit omschakelingsvoer bestaan als u voer aankoopt van percelen in het tweede omschakeljaar. Als u krachtvoer aankoopt waarin ‘in omschakelingsvoer’ is verwerkt, telt dat ook mee.
Percelen die u nog geen 12 maanden geleden heeft aangemeld, zijn in het eerste jaar in omschakeling. Die percelen mag u niet gebruiken voor de oogst van voer of voor uitloop. De omschakelingsperiode voor grond is twee jaar, voor een uitloop één jaar.
Overige eisen aan biologisch voer
Diervoeders zijn GMO-vrij geproduceerd
Diervoeders bevatten geen antibiotica, medicijnen en groeibevorderaars
De niet-biologische ingrediënten, toevoegingsmiddelen en hulpstoffen staan op Bijlage III van de EU-Verordening Nr. 2021/1165.