In 2020 begonnen Tessa Overboom en Anne Sonnleitner Potjes en Deksels, een verpakkingsvrije kruidenier op wielen met een geheel plantaardig assortiment. Zelf leven ze ook zo afvalvrij en klimaatvriendelijk mogelijk. Inmiddels is Potjes en Deksels een vertrouwd gezicht op markten in Den Bosch, Den Haag en Rotterdam. Sinds kort met een biologisch certificaat als verkoper op zak.
Naast verpakkingsvrij is alles bij Potjes en Deksels ook volledig plantaardig. “Dat scheelt enorm veel CO₂-uitstoot,” legt Tessa uit. “Zelfs onze chocoladerozijnen zijn gemaakt met havermelk.” Anne vult aan: “Wij leven zelf al jaren plantaardig, dus het voelde niet goed om niet-plantaardige producten te verkopen. Potjes en Deksels is ons kindje, daar wilden we geen concessies in doen.”
Hun avontuur begon in coronatijd met een rood busje waarmee ze als een soort SRV-wagen bepaalde routes aflegden. Het busje is sinds kort ingeruild voor een grote verkoopwagen met een ruime vitrine. “We merkten dat mensen vaak niet goed konden zien wat we allemaal bij ons hadden”, lacht Tessa.
Vanaf het begin werkt het echtpaar zoveel mogelijk volgens biologische principes. Gebrande pinda’s moesten per se biologisch zijn, ook al konden ze die zonder officieel keurmerk niet als biologisch verkopen. “We konden alleen biologische rauwe pinda’s vinden, geen gebrande”, vertelt Anne. “Toen zei Tessa: dan gaan we ze toch gewoon zelf branden?” Ook de notenpasta’s maken ze inmiddels zelf.
Op de notenpasta's en de olijfolie na is alles wat ze verkopen inmiddels biologisch gecertificeerd. “We hebben een certificaat als verkoper”, vertelt Anne. “Daar valt het mengen van producten en roosteren en branden van noten onder, maar voor biologische notenpasta zouden we een certificaat als producent moeten aanvragen. Daar zijn we een beetje te klein voor.”
De olijfolie komt van een heel kleinschalige Griekse olijfgaard. “De eigenaar heeft ook gewoon geen geld voor een keurmerk”, vertelt Tessa. “Het is belangrijk dat je duidelijk naar je klanten communiceert wat wel en niet biologisch gecertificeerd is”, vult Anne aan. “Dat geven we netjes met bordjes aan.”
Een belangrijke reden om het certificaat nu aan te vragen, was dat ze er graag mee willen adverteren. “Eerder hadden we er nog geen ruimte voor in ons hoofd”, vertelt Anne. “We hadden ook van anderen gehoord dat het best pittig kon zijn, en daar zagen we tegenop.” Niet helemaal onterecht, blijkt achteraf: het vergaren en aanleveren van alle benodigde documenten bleek behoorlijk wat werk.
“Je moet vooral veel uitzoeken”, vertelt Tessa. “Maar ook: hoe schrijf je het goed op of hoe laat je een handelsbalans zien? Je moet best veel aanleveren, wat ik helemaal begrijp. Het moet natuurlijk transparant en duidelijk controleerbaar zijn. Uiteindelijk konden we alles wat we wilden weten vinden op de website van Skal. Daar staat alles duidelijk beschreven.” Anne: “We zijn ontzettend blij dat we het certificaat nu mogen dragen.”
Het certificeringstraject heeft meer structuur gebracht in hun administratie. “We checkten de pakbonnen al wel, maar de certificaten op de dozen controleerden we niet. Ik wist bijvoorbeeld niet dat je verplicht bent melding te maken als je twijfelt over de biologische status van een ingekocht product. Dat Skal dat dan onderzoekt, vind ik een hele fijne gedachte”, aldus Tessa.
Tijdens de opstartfase lieten ze facturen nog naar hun thuisadres sturen en namen ze bestellingen aan in een externe opslag. Dat leidde ertoe dat verschillende adressen op de pakbonnen en administratie stonden. “Als dat zo zou blijven, hadden we voor beide adressen een apart certificaat moeten aanvragen. Dat wilden we niet”, vertelt Anne. “Dus hebben we alles aangepast zodat alles op één adres geregistreerd staat.”
Uiteindelijk konden we alles wat we wilden weten vinden op de website van Skal.
“We spreken inmiddels verschillende doelgroepen aan”, vertelt Anne tevreden. Er komen ook mensen voor wat lekkers bij hun borrelplank, zoals heerlijke zuidvruchten of een vers gebrand nootje.” Ze zien steeds meer mensen die bewust kiezen voor biologische producten. “Dan is het fijn om met trots te kunnen laten zien dat je biologisch gecertificeerd bent”, vindt Tessa. Ze merkt dat consumenten die het belangrijk vinden om biologisch te kopen, eerder geneigd zijn hun eigen potjes, bakjes en zakjes mee te brengen. “Die hebben toch een bewustere mindset, dat is mooi om te zien.”
Potjes en Deksels is ons kindje, daar wilden we geen concessies in doen
“Op de markt heb je echt sociaal contact,” zegt Anne. “We geven tips en vertellen enthousiast over producten die we zelf gebruiken. Zoals Textured Vegetable Protein, een vleesvervanger van tuinbonen en erwten, met 50 gram eiwit per 100 gram. Mensen komen daar speciaal voor terug.” Dat persoonlijke contact geeft voldoening. Volgens Tessa leren ze ook van hun klanten. “We zijn zelf relatief jong, maar er komen veel 50- en 60-plussers die veel over voeding weten.” Bijvoorbeeld dat het goed is verschillende soorten oergranen te eten. “Zodoende verkopen we nu ook gierst. Uiteraard biologisch.”
Dat Skal bij twijfels de biologische status van een ingekocht product onderzoekt, vind ik een hele fijne gedachte.