Mobiel menu trigger

Achter de schermen bij Skal: zo ontstaat de hoogrisicolijst voor bemonstering en laboratoriumonderzoek bij import

Een interview met Erwin Venema, specialist import en coördinator van de nationale hoogrisicolijst.

Hoe komt de hoogrisicolijst voor monsternames van importzendingen jaarlijks tot stand?

“Ons team van importspecialisten verzamelt het hele jaar door informatie over importproducten. Die informatie analyseren we en daar komt uiteindelijk de hoogrisicolijst uit. We werken met een nationale lijst en een EU-lijst. De nationale lijst van producten stellen wij met ons team samen. We maken gebruik van verschillende bronnen. Natuurlijk onze eigen data over monsternames die wij het afgelopen jaar hebben uitgezet en ook externe bronnen zoals de analyseresultaten van de NVWA en de resultaten in OFIS. OFIS is het Organic Farming Information System, waar onder andere de monsternameresultaten van andere lidstaten in te vinden zijn. Via TRACES en QlikSense analyseren we de biologische importstromen.”

Welke definitie van risico gebruiken jullie voor de nationale lijst?

“Risico gaat over de theoretische kans op het niet naleven van regels, maar ook over het effect ervan. De definitie van risico is kans x effect. Daarom zetten we monsternames in bij producten waar veel volume is, omdat het effect van niet-naleving daar groot is. De kans op niet-naleving is groter als in het verleden al veel afwijkingen zijn gevonden. En de kans op niet-naleving is ook groter bij producten van een hoge waarde, omdat het financiële voordeel van vermenging of verwisseling daar groter is. Of producten waar een sterke groei in de importstroom is te zien.”

Skal import nederland

Is er veel veranderd in de nationale lijst in 2026?

“We bemonsteren in 2026 weer 5% van de binnenkomende importzendingen, dat komt neer op ongeveer 1.750 monsternames. Daarvan zetten we 1.400 monsternames in op basis van de nationale lijst. Dat is gelijk aan 2025. Wat wél is veranderd is dat we de nationale lijst van 2026 iets breder hebben gemaakt. We werken met bredere GN-codes. De productgroepen waar we naar kijken zijn daardoor wat groter dan in 2025.

De percentages van de bemonstering per productgroep zijn daardoor lager, maar de productcategorie is dus breder. En verder zijn een aantal producten waar in 2025 geen afwijkingen in zijn aangetroffen uit de lijst gehaald in 2026, zoals bijvoorbeeld appelsap, een agavesiroop, natuurhoning en sojasaus. Die zijn op de lijst van 2025 gekomen omdat er een grote groei in te zien was. Nieuwe producten in 2026 zijn een aantal bulkproducten zoals koffie, maar ook gember, thee en bijvoorbeeld kurkuma en ui en knoflook.”

Hoe selecteren jullie de partijen die bemonsterd worden?

“We verspreiden de monsternames over het jaar en over de productcategorieën. Producten krijgen scores op basis van de parameters van o.a. afwijkingen, volumes en waarde. Producten met een hoge score worden vaker bemonsterd. De producten met de hoogste risicoscore daarvan wordt momenteel 9% bemonsterd, verdeeld over de verschillende importeurs. Ons ICT-systeem registreert welke zendingen binnenkomen en kent de reken- en doelpercentages toe per product/land combinatie. Op basis daarvan maakt ons systeem dagelijks een selectie van partijen die worden bemonsterd.
Het voordeel van dit systeem is dat het aselect is, maar een nadeel voor een ondernemer kan zijn dat we bij toeval meerdere keren bij hetzelfde bedrijf komen bemonsteren.”

Achter de schermen wordt er elke keer als een COI wordt bekeken, een soort virtuele dobbelsteen geworpen die op basis van de parameters bepaalt of een zending geselecteerd wordt voor monstername.

Erwin Venema

Wat kan een importeur doen als die het idee heeft dat Skal te vaak komt voor een monstername?

“Ons systeem houdt geen rekening met de resultaten uit recente monsternames. Mocht een importeur het idee hebben dat die heel vaak aan de beurt is voor bemonstering, dan kun je contact opnemen met de helpdesk en bekijken wij de selectie. We kunnen het systeem handmatig bijsturen, juist om het ‘bij toeval overmatig bemonsteren’ bij te sturen. Het kan natuurlijk ook zijn dat het om een product in de hoogste risicocategorie gaat. En dat het juist onze bedoeling is dat we vaak bemonsteren. Maar even contact opnemen met import@skal.nl is dan altijd goed.”

Hoe bepalen jullie welke analyses er worden gedaan bij de monstername?

“De methode wordt bepaald per productcategorie. Meestal kiezen we voor een multi-residu-analyse, maar soms worden er ook aanvullende analyses gedaan, bijvoorbeeld een GMO-test op granen of een single-residu-analyse op begassing.”

Bezoekadres
Skal Biocontrole
Dr. Klinkertweg 28a
8025 BS Zwolle
Postadres
Skal Biocontrole
Postbus 384
8000 AJ Zwolle