huisvesting
huisvesting

Huisvestingseisen en weidegang

Uw stallen en weilanden richt u zo in dat de dieren zich op een zo natuurlijk mogelijke manier kunnen gedragen. De dieren moeten altijd naar buiten kunnen, tenzij dit niet kan door weers-, bodem- en/of gezondheidsomstandigheden. Overbegrazing en verdrassing van de weidegronden moet u voorkomen. 

Voor de stallen gelden een aantal algemene eisen. 

U zorgt ervoor dat:

  • De vloeren vlak zijn, maar niet glad.
  • Er in de stallen voldoende daglicht binnen komt.
  • Er natuurlijke ventilatie in uw stallen is.
  • 50% van het vloeroppervlak dicht is.
  • Er voldoende schone en droge ligruimtes zijn, die voldoende zijn ingestrooid met strooisel van natuurlijk materiaal.
  • U mag eventueel gangbaar strooisel gebruiken. Als u ook stro gebruikt voor ruwvoer, moet al het stro biologisch zijn.
  • U de dieren niet vastzet, tenzij dit voor de veiligheid van een enkel dier voor een zeer beperkte periode nodig is.

 

Reiniging stal
U maakt de stallen en installaties schoon met water, stoom of reinigingsmiddelen die zijn toegestaan volgens bijlage VII van Verordening 889/2008. Naast de vereisten van bijlage VII moet er ook voldaan worden aan de toelatingseisen voor biociden, zodra het om middelen tegen insecten/parasieten gaat. Deze middelen moeten een Ctgb registratie hebben voor toelating in Nederland en aantoonbaar zijn samengesteld uit producten die op Bijlage II staan van Verordening 889/2008.
Middelen tegen ratten en muizen (rodenticiden) mogen gebruikt worden in en rond gebouwen. Voor gebruik in stallen geldt dat deze middelen alleen in vallen gebruikt mogen worden. Het middel wat u gebruikt moet een registratie voor toelating in Nederland hebben.

 

Huisvesting runderen
De huisvesting voor runderen moet aan de volgende aanvullende eisen voldoen om ervoor te zorgen dat de runderen zich op een natuurlijke manier kunnen gedragen:

  • Herbivoren moeten voldoende schone en droge ligruimtes hebben die u voldoende heeft ingestrooid.
  • Vleeskalveren (ouder dan 1 week) en vleesstieren moet u in groepen houden.
  • Op melkveebedrijven mag u kalveren tijdens de zoogperiode in een “iglo” houden.
  • Als u stieren ouder dan 1 jaar tijdens het weideseizoen niet weidt, moet u ze een uitloopmogelijkheid geven. Deze uitloop moet minimaal 30 m2 per stier zijn en mag u voor maximaal 75% overkappen. 
  • U mag runderen niet langer dan één vijfde deel van hun leven binnen afmesten en in ieder geval niet langer dan 3 maanden.
  • U mag runderen niet aanbinden

Wat zijn de minimum oppervlaktes van de stallen voor rundvee?

Melkkoe

6 m2 per dier

Fokstier

10 m2 per dier

Rund tot 100 kg

1.5 m2 per dier

Rund tot 200 kg

2.5 m2 per dier

Rund tot 350 kg

4 m2 per dier

Rund vanaf 350 kg

5 m2 per dier en minstens 1 m2  per 100 kg