diervoeding
diervoeding

Diervoeding

U voert uw dieren biologisch voer. Het diervoeder moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De niet biologische ingrediënten, toevoegingsmiddelen en hulpstoffen moeten staan op bijlagen V en bijlage VI van Verordening 889/2008.
  • Diervoeders moeten GMO vrij geproduceerd zijn.
  • Diervoeders mogen geen antibiotica, medicinale stoffen of groeibevorderaars bevatten.

Voer van percelen welke zijn aangemeld bij Skal, maar nog niet biologisch zijn, mag u voeren onder bepaalde voorwaarden.
In omschakelingsvoer van percelen die in het 'tweede jaar van omschakeling' zijn mag u voeren voor:

  • 100 % van het totale rantsoen (% drogestof per jaar) als uw in omschakelingsvoer alleen van eigen bedrijf afkomstig is.
  • 30 % van het totale rantsoen als u tweede jaars in omschakelingsvoer aankoopt. Dit geldt ook als u krachtvoer aankoopt waarin 'in omschakelingsvoer' is verwerkt.

In omschakelingsvoer van percelen die in het 'eerste jaar van omschakeling' zijn mag u gebruiken voor begrazing of oogsten. U mag hiervan maximaal 20% van het totale rantsoen gebruiken onder de volgende voorwaarden:

  • U teelt op deze percelen overblijvende gewassen (gras, luzerne) of eiwithoudende gewassen (erwten, tuinbonen, veldbonen, kapucijners, schokkers en lupinen). Voor bijvoorbeeld maïs geldt deze regeling dus niet.
  • De percelen zijn van eigen bedrijf en zijn de afgelopen 5 jaar niet biologisch geregistreerd geweest.

Verkoopt u de oogst van 'eerste jaar in omschakeling' percelen, dan moet u het verkopen zonder verwijzing naar biologisch.
Wanneer u 'in omschakelingsvoer' aankoopt en daarnaast eerste én tweede jaars omschakelingsvoer van uw bedrijf voert dan mag dit maximaal 30% van het totale rantsoen zijn.

Krachtvoer
Herbivoren mag u maximaal 40 % van het totale rantsoen krachtvoer voeren.

De volgende voeders worden tot krachtvoer gerekend:

-       Corn cob mix, maïskolvenschroot, perspulp, bierbostel, aardappelvezels, gras- en luzernebrok en vergelijkbare producten.

-       Een voedermiddel telt als krachtvoer als:

  1. Het voedermiddel meer dan 900 VEM /kg droge stof bevat
  2. Het voedermiddel een structuur van 0.3 of minder heeft
  3. Het voedermiddel een droge stof van 80% of meer heeft

Voer van eigen bedrijf
Minimaal 60% van het voer moet van het eigen bedrijf of uit de regio komen. 

Toevoegingen en hulpstoffen bij het inkuilen
U mag bij het inkuilen toevoegingen en hulpstoffen gebruiken, maar alleen middelen die staan op bijlage VI (onder 1e) van Verordening 889/2008. Als u producten van agrarische oorsprong gebruikt, zoals melasse, wei, suiker, suikerbietenpulp en meel van granen, moeten deze biologisch zijn.

Moet u jonge zoogdieren moedermelk voeren
Jonge zoogdieren voert u bij voorkeur moedermelk. Als dit niet kan, mag u de jonge zoogdieren biologisch melkpoeder geven. Natuurlijke biest moet biologisch zijn. Zolang er geen biologische biestvervanger bestaat, mag u eventueel gangbare biestvervanger gebruiken. De zoogperiode voor kalveren is minimaal 3 maanden.