diervoeding
diervoeding

Diervoeding

U voert uw dieren biologisch voer. Minimaal 20% van het voer moet van het eigen bedrijf of uit de regio komen.
Voorlopig mag 5% van het diervoer nog bestaan uit gangbare ingrediënten. De voorwaarde is dat deze gangbare ingrediënten dienen als aanvulling op het eiwit in diervoer. 
Ook moet u ruwvoer aan het dagrantsoen toevoegen.

Het biologisch voer moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De niet biologische ingrediënten, toevoegingsmiddelen en hulpstoffen moeten staan op bijlagen V en bijlage VI van Verordening 889/2008.
  • Diervoeders moeten GMO vrij geproduceerd zijn.
  • Diervoeders mogen geen antibiotica, medicinale stoffen en groeibevorderaars bevatten.

Voer van percelen welke zijn aangemeld bij Skal maar nog niet biologisch zijn mag u voeren onder bepaalde voorwaarden.
In omschakelingsvoer van percelen die in het 'tweede jaar van omschakeling' zijn mag u voeren voor:

  • 100 % van het totale rantsoen (% drogestof per jaar) als uw in omschakelingsvoer alleen van eigen bedrijf afkomstig is.
  • 30 % van het totale rantsoen als u tweede jaars in omschakelingsvoer aankoopt. Dit geldt ook als u krachtvoer aankoopt waarin 'in omschakelingsvoer' is verwerkt.

Percelen welke u net heeft aangemeld (eerste jaar in omschakeling) mag u niet gebruiken voor oogsten of uitloop. 
De omschakelperiode voor een uitloop is één jaar.

Als u producten van agrarische oorsprong gebruikt, zoals melasse, wei, suiker, suikerbietenpulp en meel van granen, moeten deze biologisch zijn.