Mobile menu trigger

Diervoeding schapen en geiten

U voert uw dieren biologisch voer. Biologisch diervoeder voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Minimaal 60% van het voer komt van het eigen bedrijf of uit de regio
  • De niet-biologische ingrediënten, toevoegingsmiddelen en hulpstoffen moeten staan op bijlagen V en bijlage VI van de EU-Verordening Nr. 889/2008
  • Diervoeders zijn GMO-vrij geproduceerd
  • Diervoeders mogen geen antibiotica, medicinale stoffen en groeibevorderaars bevatten
  • Voer van percelen die bij Skal Biocontrole aangemeld maar nog niet biologisch zijn, mag u onder bepaalde voorwaarden gebruiken als het afkomstig is van percelen in hun tweede jaar van omschakeling:
    • het rantsoen mag voor 100% uit omschakelingsvoer (% drogestof per jaar) bestaan wanneer het voer alleen van het eigen bedrijf afkomstig is
    • het rantsoen mag voor 30% uit omschakelingsvoer bestaan als u voer aankoopt van percelen in het tweede omschakeljaar. Dit geldt ook als u krachtvoer aankoopt waarin 'in omschakelingsvoer' is verwerkt
    • Percelen die u net heeft aangemeld (eerste jaar in omschakeling) mag u gebruiken voor begrazing of oogsten. Maximaal 20% van het totale rantsoen is te gebruiken onder de volgende voorwaarden:
      • U teelt op deze percelen overblijvende gewassen (gras, luzerne) of eiwithoudende gewassen (erwten, tuinbonen, veldbonen, kapucijners, schokkers en lupinen). Voor bijvoorbeeld maïs geldt deze regeling dus niet.
      • De percelen zijn van het eigen bedrijf en zijn de afgelopen 5 jaar niet biologisch geregistreerd geweest.
  • Bij verkoop van de oogst, verkoopt u zonder verwijzing naar biologisch
  • Wanneer u 'in omschakelingsvoer' aankoopt en daarnaast eerste én tweedejaars omschakelingsvoer van uw bedrijf voert mag dit maximaal 30% van het totale rantsoen zijn.

Krachtvoer
Het rantsoen van biologische herbivoren bestaat maximaal 40% uit krachtvoer. Krachtvoer is:

  • Corn cob mix, maïskolvenschroot, perspulp, bierbostel, aardappelvezels, gras- en luzernebrok en vergelijkbare producten
  • Een voedermiddel meer dan 900 VEM/kg droge stof
  • Een voedermiddel met een structuur van 0,3 of minder
  • Een voedermiddel met een droge stof van 80% of meer

Moet ik jonge zoogdieren moedermelk voeren?
Jonge zoogdieren voert u bij voorkeur moedermelk. Als dit niet kan, mag u de jonge zoogdieren biologisch melkpoeder geven. Natuurlijke biest moet biologisch zijn. Zolang er geen biologische biestvervanger bestaat, mag u eventueel gangbare biestvervanger gebruiken. De zoogperiode voor lammeren is minimaal 45 dagen.

Toevoegingen en hulpstoffen bij inkuilen
Alleen de middelen die staan op bijlage VI (onder 1e) van de EU-Verordening Nr. 889/2008 mag u gebruiken bij het inkuilen. Gebruikt u producten van agrarische oorsprong, zoals melasse, wei, suiker, suikerbietenpulp en meel van granen, dan zijn deze biologisch.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Bezoekadres
Skal Biocontrole
Dr. Klinkertweg 28a
8025 BS Zwolle
Postadres
Skal Biocontrole
Postbus 384
8000 AJ Zwolle