vruchtwisseling
vruchtwisseling

U past vruchtwisseling toe

Algemeen
U past vruchtwisseling toe om de vruchtbaarheid en de biologische activiteit van de bodem in stand te houden of te verhogen. Door middel van vruchtwisseling bestrijdt u ook parasieten, ziekten en onkruiden.

  • Voor éénjarige gewassen geldt een vruchtwisselingseis van minimaal één op twee.
  • Na een tweejarig gewas teelt u het volgende jaar een ander gewas.
  • Voor blijvend grasland geldt de vruchtwisselingseis niet.

Vruchtwisselingseisen voor teelt in kassen

  • Vruchtwisseling binnen een jaar: als u binnen een jaar twee verschillende gewassen teelt, mag u dit het volgende jaar weer doen. Dit geldt alleen als de hoofdteelt maximaal zeven maanden en de tussenteelt  minimaal vijf maanden duurt.
  • Vruchtwisseling tussen jaren: als u binnen een jaar dezelfde gewassen teelt of als de hoofdteelt langer duurt dan zeven maanden en de tussenteelt korter dan vijf maanden.
  • Meer dan twee teelten in één jaar: u mag twee korte teelten van dezelfde gewassen telen, maar als u in hetzelfde jaar nog meer teelt, dan moeten dit andere gewassen zijn.  Bijvoorbeeld twee teelten van gewas A en twee teelten van gewas B. De volgorde kan variëren: AABB, ABBA, ABAB.
  • Afhankelijk van de totale teeltduur van hoofdteelt A (maximaal 7 maanden) en tussenteelt B (minimaal 5 maanden) past u vruchtwisseling binnen het jaar of tussen de jaren toe.