Gewasbescherming

Problemen met parasieten, ziekten en onkruiden in een gewas moet u zo veel mogelijk voorkomen door teeltmaatregelen zoals rassenkeuze, vruchtwisseling, mechanische teeltmaatregelen en gebruik van natuurlijke vijanden.

Alleen als acuut gevaar dreigt voor de teelt van een gewas, mag u een beperkt aantal gewasbeschermingsproducten gebruiken. Deze vindt u in Bijlage 2 van EU-Verordening 889/2008. Bovendien moeten deze middelen in Nederland ook een officiële toelating als gewasbeschermingsmiddel hebben.

Bij omschakeling naar de biologische productie kunnen in opslagruimten restanten van middelen aanwezig zijn die niet zijn toegestaan in de biologische productie. Zolang dat aantoonbaar het geval is, mag men daar geen biologisch producten opslaan.

Wanneer men onkruidgroei tegen wil gaan met levende bodembedekkers gelden ook daarvoor de voorschriften voor de biologische teelt. Niet-afbreekbare bodembedekkers mogen worden toegepast als ze na gebruik volledig worden verwijderd.

De zogeheten plantversterkers komen niet voor in de EU-regelgeving voor de biologische land- en tuinbouw. Een middel kan slechts gebruikt worden óf als meststof/bodemverbeteraar (Bijlage 1 van EU-Verordening 889/2008) óf als gewasbeschermingsmiddel (Bijlage 2).

Meer informatie vindt u in het Informatieblad Biologische teelt van gewassen.