Onderwerpen
--- Biologische mestregels
U bent hier: Home > Biologische mestregels
 
Mest, een kort overzicht van de belangrijkste regels

1.    Hoe is de afzet en het gebruik van mest geregeld?
2.    Geldt de regel dat u maximaal 170 kg N/ha. uit dierlijke mest mag gebruiken nog steeds?
3.    Wat zijn A-meststoffen?
4.    Wat zijn B-meststoffen?
5.    Mag u mest op een ander bedrijf opslaan?
6.    Wat zijn de regels voor het gebruik van champost als meststof?
7.    Wat zijn de regels voor het gebruik van luzernebrok als meststof?
8.    Wat zijn de regels voor het gebruik van kippenmestkorrels als meststof?
9.    Wat zijn de regels voor het gebruik van digestaat als meststof?
10.    Is het mogelijk biologische mest af te voeren en gangbare mest aan te voeren op uw bedrijf?
11.    Is er ontheffing mogelijk?
12.    Wat moet u aan de inspecteur laten zien?

1.    Hoe is de afzet en het gebruik van mest geregeld?
Dierlijke bedrijven moeten al hun biologische mest op biologische percelen afzetten.
Voor alle biologische veetelers en plantaardige bedrijven geldt dat zij in 2012 minimaal 60% stikstof uit A-meststoffen moeten gebruiken.

2.    Geldt de regel dat u maximaal 170 kg N/ha. uit dierlijke mest mag gebruiken nog steeds?
Ja, deze regel geldt nog steeds, maar alleen voor stikstof uit dierlijke mest. Stikstof uit andere meststoffen (zoals bijvoorbeeld verenmeel) valt niet onder deze beperking.
U moet alle stikstof, dus de stikstof uit dierlijke mest en uit andere meststoffen, meenemen in de berekening van het percentage A-meststoffen. Dit percentage moet in 2012 minimaal 60% zijn.

3.    Wat zijn A-meststoffen?
De volgende meststoffen zijn A-meststoffen:

  • Mest van biologisch gecertificeerde dieren (ook van eigen bedrijf).
  • Aangevoerde biologische compost (gemaakt van biologisch plantaardig materiaal).
  • Aangevoerde niet-biologische groencompost (alleen bestaande uit (berm)maaisel en snoeihout),  bij voorkeur met het branchekeurmerk  Keurcompost.
  • Luzernekorrels/ pluimveemestkorrels rechtstreeks afkomstig van een biologisch bedrijf
  • Champost van een biologisch bedrijf.

4.    Wat zijn B-meststoffen?
Onder B-meststoffen vallen de producten van Bijlage I van Verordening 889/2008.
U mag de volgende gangbare mestsoorten gebruiken: rundvee-,
geiten-, schapen- en paardenmest (met uitzondering van mest van  vleeskalveren). Voorwaarde is wel dat deze dieren de beschikking hebben over weidegang/uitloop of een deels dichte vloer. Ook is vaste mest van scharrelvarkens toegestaan.

Een uitgebreide lijst met A- en B-meststoffen kunt u bekijken op onze website, www.skal.nl onder het kopje biologische mestregels.

5.    Mag u mest op een ander bedrijf opslaan?
Huren van een silo voor mestopslag bij een intermediair of een ander bedrijf keurt Skal alleen goed als:
1.    U een officiële, schriftelijke huurovereenkomst kan laten zien van de gehuurde opslaglocatie.
2.    De opslaglocatie is aangemeld bij Skal.
3.    De opslaglocatie bij Dienst Regelingen is geregistreerd op het mestnummer van het Skal-geregistreerde bedrijf.

6.    Wat zijn de regels voor het gebruik van champost als meststof?
Champost is een A-meststof als het van een biologisch champignonbedrijf afkomt. Het stikstofgehalte is 6,9 kg per ton (3,4 uit dierlijke mest en 3,5 uit overige ingrediënten). Gangbare champost mag u in de biologische landbouw niet gebruiken.
Champignonbedrijven moeten biologische champost (waarin dierlijke mest is verwerkt) op biologische grond afzetten.  

7.    Wat zijn de regels voor het gebruik van luzernekorrel als meststof?
U mag biologische luzernekorrel meerekenen als A-meststof als u het aankoopt van een gecertificeerd biologisch bedrijf. In alle andere gevallen telt u de luzernekorrel mee als B-meststof.
Luzernekorrel van eigen productie telt niet mee in de berekening van het percentage A-meststoffen!

8.    Wat zijn de regels voor het gebruik van kippenmestkorrels als meststof?
U mag biologische kippenmestkorrels alleen meetellen als A-meststof als u het rechtstreeks inkoopt van een bio pluiveehouderij.  Het biologische pluimveebedrijf zorgt dat de biologische mest gescheiden wordt verwerkt tot korrel (geen vermenging mogelijk). Het pluimveebedrijf moet een overeenkomst hebben met de verwerker. Het pluimveebedrijf houdt bij hoeveel mest hij levert en terug krijgt. Hij verkoopt rechtstreeks aan het biologische bedrijf (dus niet via de handelaar) en houdt bij aan wie hij levert.

9.    Wat zijn de regels voor het gebruik van digestaat als meststof?
Digestaat bestaat meestal voor 50% uit dierlijke mest en voor 50% uit co-producten.

Welk deel van digestaat telt mee als A-meststof?
Als de dierlijke mest alleen van biologisch gecertificeerde dieren afkomstig is en als de co-producten toegestaan zijn volgens bijlage I, dan mag u 50% van het digestaat meetellen als A-meststof. Zijn de co-producten ook (deels) aantoonbaar biologisch? Dan mag u het biologische deel ook meerekenen als A-meststof.

Wanneer telt u digestaat mee als B-meststof?
Bestaat de dierlijke mest (gedeeltelijk) uit niet-biologische mest, maar wel uit toegestane mest? Dan telt het hele dierlijke mestdeel mee als B-meststof. Ook de co-producten rekent u mee als B-meststof.

Alle digestaat met biologische dierlijke mest moet u op biologische percelen afzetten!
 
10.    Is het mogelijk biologische mest af te voeren en gangbare mest aan te voeren op uw bedrijf?
Biologische mest (bijv. vaste mest) afvoeren en gangbare mest (bijv. drijfmest) van dezelfde diersoort weer aanvoeren is toegestaan.

11.    Is er ontheffing mogelijk?
Nee. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kunt u ontheffing aanvragen. Neemt u hierover contact op met Skal.

12.    Wat moet u aan de inspecteur laten zien?
De volgende gegevens moet u klaar leggen voor de inspecteur:
‹    Overzichten van ontvangen en afgevoerde dierlijke mest uit Mijn Dossier (LNV-Loket/DR-Loket).
‹    Een overzicht waarop u aangeeft wat gangbare en wat biologische mest is (dit kunt u bijvoorbeeld aangeven op het overzicht van ontvangen en afgevoerde dierlijke mest uit Mijn Dossier.
‹    Alle bijbehorende VDM’s, op volgorde van het gebruikte overzicht.
‹    Ingevulde eigen verklaring (bijvoorbeeld verklaring van herkomst van dierlijke mest), gekoppeld aan de bijbehorende VDM. De inspecteur moet een duidelijke koppeling kunnen maken tussen de eigen verklaring en de VDM.
‹    Analyserapporten mest, logisch gerangschikt.
‹    Overzicht aanvoer overige meststoffen van leveranciers.
‹    Een eigen berekening van het percentage A-meststoffen en het percentage afgevoerde biologische mest op biologische grond. Hiervoor kunt u gebruik maken van het exceldocument “rekenhulp A-meststoffen” van onze website, www.skal.nl onder het kopje biologische mestregels.

 

Keurcompost.
•    Luzernekorrels/pluimveemestkorrels rechtstreeks afkomstig van een biologisch bedrijf.